Naar het zuiden met de motor op de autotrein

2014-08-16-13.04.49.jpg
Motor op de trein

Motor op de trein

Of op de mototrein zo je wil ...

Edit 2021: De autotrein dienst is ondertussen overgenomen door https://www.hiflow.com.

Het zijn enkel nog motorrijders met grijs haar die zich herinneren dat je in Brussel je voertuig op de trein kon zetten richting Zuiden. Met het verdwijnen van die dienst vanuit Schaerbeek is het idee om je auto of motor op de trein te zetten blijkbaar uit ons collectief denken verdwenen. Geheel onterecht want zeker als motorrijder kan je op die manier een pak verder op reis zonder je zuurverdiende vakantiedagen op een saaie snelweg te slijten. Maar wat kan er precies en hoe werkt het? Mototravel ging op onderzoek uit.

Vanuit Belgie of Nederland zijn er twee mogelijke vertrekpunten: Dusseldorf in Duitsland (met DB) voor wie richting Italië, Frankrijk, Zuid-Duitsland of Oostenrijk wil, en Parijs (met SNCF) voor wie Naar Zuid Frankrijk wil (vanuit Parijs kan je naar Avignon, Biarritz, Bordeaux, Narbonne, Nice en Fréjus-Saint-Raphaël). Voor ons experiment kozen we als bestemming Biarritz helemaal in het Zuiden aan de Atlantische kust.

Om te beginnen reserveer je heel eenvoudig je tickets bij de SNCF op deze website: https://www.hiflow.com (enkel in het Frans, maar zo voor de hand liggend dat dat niet echt een obstakel mag vormen). Geen zin om je beste frans uit te halen? Dan kan je ook een autotrein biljet bij de NMBS telefonisch boeken. Voor ongeveer 180 euro hebben we binnen de 5 minuten gereserveerd en betaald. We kiezen er voor om de biljetten gratis naar huis te laten opsturen. Dat gebeurt binnen de week en wij hadden nog twee weken tijd. Bij het boeken moet je een aantal zaken over de afmetingen van je motor bevestigen. Het enige wat mij een beetje zorgen baarde was de maximale hoogte van 1,5 meter. Onze BMW R1200GSa is zeker hoger, maar als je het scherm losmaakt en eventueel de spiegels eraf haalt blijf je met deze reus onder de limiet. Let wel, je op dit moment heb je enkel een biljet voor je motor, je moet zelf ook nog op je bestemming geraken. Wij kozen ervoor om aansluitend ook biljetten te bestellen voor de TGV naar Biarritz diezelfde dag. Dat is een handig optie, om 11u ’s avonds ben je al in het Zuiden en kan het geniete beginnen. Je kan ook de dag erna kan vertrekken nadat je een nachtje in Parijs hebt doorgebracht, dan kom je rond de middag aan in Biarritz, zowat tegelijk met je motor. De opties vliegtuig of liften hebben we niet uitgezocht.

Bij het pakken van de motor hou je best rekening met de voorwaarde van de autotrein dat losse bagage niet is toegestaan. Dus enkel harde koffers kunnen mee op de trein, al de rest moet je zelf meenemen. Een beetje optimistisch gingen wij ervan uit dat op z'n minst de tent op de motor kon blijven hangen. Als ze er niet afvalt gedurende 250 autostrade-kilometers, dan zal dat op de trin ook wel lukken zeker? Een kleine misrekening, maar daarover later meer. We voorzagen ook een extra tas om motorlaarzen en broek mee te nemen op te trein, en ook tasjes voor de helm.

Gepakt en gezakt ging het op zaterdagochtend richting Parijs. Vertrek rond 10u betekent aankomen rond 13u in Gare de Bercy (in het Zuiden van Parijs). Perfecte timing want we mochten de motor achterlaten bij de trein tussen 13u en 17u30. Alles zat mee en we waren al voor 13u aan het station. Geen probleem, er stond zelfs al een drietal motoren klaar met dezelfde bestemming. De sympathieke begeleider wist ons te vertellen dat er helemaal niets los moet aan de motor om onder se 1,5 meter te komen. Er hangt een bordje tegen een pilaar die de maximale hoogte aangeeft en daar bleef de GSa ruim onder. Als het over de bagage ging is de man echter minder flexibel. Tassen, of in ons geval de tent, die met snelbinders of spanriemen op de motor hangen gaan mee 'op eigen risico', en hij adviseerde ten stelligste om toch maar alles mee te nemen. Op de waarom-vraag komt een duidelijk (?) antwoord: op de trein kunnen altijd vonken van de electrische bovenleidingen springen en de spanriemen doorbranden ... Wat dat dan met de lak, zadel of andere plastic motoronderdelen doet is ons een raadsel. Maar goed, we waren ingesteld op het betere hijs en sleurwerk dus die tent kon er ook nog wel bij. Nog even een handtekening op een formuliertje waarop bestaande schade aan de motor is aangemerkt en we kunnen weg. Dat laatste lijkt eerder een formaliteit bedacht door een ambtenaar die nog nooit in een station geweest is want het blijft bij twee kruisjes voor een kras en een loszitten stukje plastic. De gedeukte kleppendeksels links en rechts en andere ‘gebruikssporen’ van twee weken off-road in IJsland zijn blijkbaar niet het noteren waarde. Al bij al gaf vooral het personeel ons wel het nodige vertrouwen. Op eenvoudige vraag werd in detail uitgelegd hoe de motor zou vastgemaakt worden (met speciale, onbrandbare, riemen) en onze motor is zeker niet de enige die op de trein gezet werd of terugkwam. We zagen onder andere een fancy Can-Am staan en enkele prijzige Harley’s veilig van de trein rollen.

Eens de motor afgeleverd namen we een taxi naar Gare Montparnasse waar we later die middag een TGV zouden nemen. Metro had ook gekund maar we willen het sleuren met tassen, laarzen en helmen toch een beetje binnen de perken houden. Op dezelfde reden stopten we de gehele zwik in een baggage locker in het station terwijl we de buurt van het station verkenden en een hapje aten. Als je al die zaken begint op te tellen dan loopt de rekening wel op, 7 euro hier en 12 euro daar,  200 euro TGV (voor twee) en straks in Biarritz moeten we ook nog in het stadscentrum geraken en natuurlijk een hotel betalen. Dus een grote besparen tegenover zelf rijden doe je niet.

De rit naar het Zuiden verliep vlotjes. Terwijl we tegen 300 km/u door Frankrijk gleden vroegen we ons af hoe we 5u 30 min onderweg gingen zijn. Een dik uur na vertrek zijn we al bijna halfweg. Het antwoord volgde snel: Hoe verder we van Parijs verwijderd waren hoe trager de trein ging rijden. Eerst viel de snelheid terug naar 150km/u en dan volgende er een reeks tussenstops. Maar stipt om 10u45 rolden we het bescheiden station van Biarritz binnen. Twee haltes verder zoud de trein aan het eindstation Hendaye aankomen, vlak bij de Spaanse grens. Een taxi te pakken krijgen bleek op een zomerse zaterdagavond niet zo evident en toen we meer dan een half uur later nog steeds stonden te wachten besloten we op de net aangekomen lijnbus te springen. Op die manier kwamen we ook tamelijk vlot en voor 2 euro in plaats van 15 euro bij ons hotel in centrum Biarritz. Wij checkten in bij Hotel Oxo en vonden dat perfect. In het centrum maar toch rustig, netjes en aangenaam en niet te duur (ongeveer 90 euro).

Op zondag voormiddag namen we de tijd voor een bezoekje aan de stad en aten we een hapje in de buurt van 'Les Halles'. Maar zo tegen 13u begon de motor microbe toch flink te kriebelen, wetende dat we ons stalen ros vanaf 12u mochten ophalen aan het station. Dus bagage oppikken en taxi richting station!

Daar aangekomen zagen we de beemer netjes staan op een afgesloten terrein. In ruil voor de papieren die we bij aflevering kregen, overhandigde de vriendelijke dame in het kantoor ons de sleutel van de motor. Ze wandelt even mee op de poort te openen en enkele minuten later staan we op straat met een motor die tip top in orde blijkt. Nog even de losse baggage opbinden en de reis kan nu echt beginnen.

Met welke kosten moet je rekenen? (prijzen bij benadering op basis van onze ervaring in de zomer en  twee weken op voorhand geboekt)

  • Treinticket motor: 180 euro

  • Ticket motorrijder: 90 euro

  • Taxi van Gare de Bercy naar Gare Montparnasse: 13 euro

  • Locker: 7 euro

  • Bus naar hotel in Biarritz: 2 euro

  • Overnachting: 90 euro

  • Taxi naar station Biarritz: 12 euro

Links:

Van Baskenland tot Catalonië: Lekeitio naar St-Jean-Pied-de-Port

Deze reis door de Pyreneeën vertrekt vanuit Biarritz, een plek die gemakkelijk bereikbaar is met de trein. Je kan er je motor gemakkelijk naartoe verschepen met de autotrein. Lees meer over je motor op de autotrein zetten in dit artikel. Vandaag trekken we Baskenland door van het Westen naar het Oosten. Wie wat extra tijd heeft moet zeker langs Bilbao gaan, maar onderschat het aantal kilometers in deze route niet. Het zijn er maar 171, maar het aantal bochten is fenomenaal. Zelfs van het aantal haarspeldbochten raakten we de tel kwijt. En dat allemaal op rustige wegen, geen caravans of campers te bespeuren, en doorheen eindeloze bossen. Nu weten we (ongeveer) waar de Baskische onafhankelijkheidsstrijders zich schuil houden. Die Baskische ziel voel je trouwens op één of andere manier voortdurend. Dit zijn niet de Spanjaarden die we gewoon zijn te ontmoeten aan de Costa Del Sol. Heel ingetogen mensen die bijzonder blij zijn als ze een bezoeker kunnen verwennen met een eenvoudige maaltijd. Bewijs daarvan was een middagstop in restaurant Arakindegia in Leitza. We konden de motor parkeren in het steegje naast het restaurant zodat de kok van achter het fornuis een oogje in het zeil kon houden en om het menu te verduidelijken werd van elk gerecht een voorbeeldje naar de tafel gebracht. Een aanrader voor wie een stukje Baskische keuken van de gewone man wil leren kennen. Eerder konden we die ietwat vreemde sfeer opsnuiven in Azkoitia waar we op het dorpsplein van een koffie genoten samen met de dorpsoudsten. Dat stadje bleek trouwens de geboorteplaats te zijn van de moeder van Sint Ignatius van Loyola, de stichter van de Jezuïten orde.

Naarmate we verder naar het Westen trekken komen we ook in hoger gebergte terecht en steken we tenslotte de Spaans-Franse grens terug over bij de Izpegi Pas. We duiken de vallei aan de Franse kant in richting St-Jean-Pied-de-Port, een bekende pleisterplaats voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Hier maken ze zich klaar om de Pyreneeën over te steken. Spijtig genoeg betekent dit ook dat het stadje één grote markt is waar toeristen, pelgrims en souvenir verkopers elkaar builen lopen. Voor ons logement rijden we dan ook terug de stad uit richting St-Jean-le-Vieux om ons daar op de rustige camping municipal (eenvoudig en netjes, en vooral rustig) te installeren me een fles wijn.

Download GPS Route: GPS route Van Baskenland tot Catalonië: Lekeitio naar St-Jean-Pied-de-Port

De Route:

Links:

Van Baskenland tot Catalonië: Biarritz naar Lekeitio

Deze reis door de Pyreneeën vertrekt vanuit Biarritz, een plek die gemakkelijk bereikbaar is met de trein. Je kan er je motor gemakkelijk naartoe verschepen met de autotrein. Lees meer over je motor op de autotrein zetten in dit artikel. Biarritz is een typische 'oude glorie' dit nog steeds schijnt. Een geliefkoosde bestemming voor Fransen die zee en bergen (de Pyreneeën) willen combineren, maar ook de plek waar hippe jongeren komen om te surfen. Een (heel) klein beetje Californië in Europa dus, ook al omdat de kustroute die we straks zullen volgen in Spanje heel wat gelijkenissen vertoond met de Pacific Coast Highway. Vooraleer we daar zijn loodst de route ons langs het station van Biarritz (waar je de dus eventueel de motor kan oppikken) en in de richting van de grens met Spanje. We nemen een beetje afstand van de zee en duiken de uitlopers van de Pyreneeën voor het eerst in om vervolgens bij San Sebastian terug zicht te krijgen op de Golf van Biskaje. San Sebastian (of Donostia in het Baskisch) is trouwens meer dan de moeite waard om te bezoeken. Dus als je op tijd vertrokken bent in Biarritz, trek dan zeker een uur of twee uit voor een uitgebreide stop.

Van hieruit gaat het verder langs een kustweg die steeds kleiner en pittoresker wordt. Achter elke bocht schuilt alweer een nieuw adembenemend zicht, ronduit fantastisch. Het einddoel van de rit is Lekeitio. Wat op er op de kaart uitziet als een onbeduidend vissersstadje blijkt een fijne badplaats die enkel door Spanjaarden (en Basken) ontdekt is. Een leuke extra voor de zwemmers is het eiland dan voor de kust ligt en afhankelijk van de waterstand te voet of al zwemmend bereikbaar is. Aan de haven ligt een prachtige Basiliek bij een typisch Zuiders plein, en verderop kan je op één van de vele terrasjes genieten van een kop koffie of iets fris. Het aantal restaurants is dan weer beperkt, wij genoten van een lokale witte wijn en pinxtos (tapas) bij Antzarrak.

Voor de overnachting kunnen we camping Endai aanbevelen als een rustige plek met eenvoudig maar net sanitair. In het lokale winkeltje/bar kan je het noodzakelijke kopen om te eten, or ontbijten. Heb je geen tent mee dan is er ook een klein pension verbonden aan de camping. Daarvoor kan je best reserveren. Je komt deze camping trouwens al tegen twee kilometer voor je in Lekeitio bent.

IJsland Off Road - Dag 11: Terug naar het Zuiden voor de mooiste etappe

Naar goede gewoonte vertrokken we die ochtend anderhalf uur later dan afgesproken, perfect om een paar updates voor de blog te schrijven. Live zetten zal voor later zijn want er is geen electriciteit in de hut, en de iPhone heeft het zo niet op de vochtigheid, koude en schokken op de motor. We zijn dus even 'off the grid'. We leren ook dat het altijd goed is om bij de locals eens te luisteren naar de situatie van de weg voorop. Dan leer je bijvoorbeeld dat wat twee jaar geleden nog een soort snelweg was, eigenlijk een tijdelijke dienstweg was die indertussen grotendeels weggespoeld is. Maar dat kan ons niet tegen houden want ook op de reguliere weg blijken de rivier doorwadingen zeer goed mee te vallen.

Tegen de middag komen we opnieuw in de beschaving bij een waterkrachtcentrale die 1/4 van de electriciteitsbehoeften van Reykjavik voorziet, stukken asfalt zowaar en een tankstation met open wifi. Na een smakelijk pakje noedels zetten we koers richting het Landmannalaugar gebied. Dit natuurpark wordt door het ganse team verkozen tot mooiste plek in IJsland. We rijden een soort teletubbie land in, je verwacht elk moment dat er een gigantische Tinkie Winkie van achter een berg zal verschijnen. De rivier doorwadingen hebben we niet meer geteld, de botten zijn niet meer nodig. Toch heeft de BMW twee keer bijna water gepakt, dus zo onschuldig waren die doorwadingen ook weer niet meer.

Zo'n mooie plek vraagt om een groepsfoto. Een welwillende nederlander speelt fotograaf op instructies van reporter Rik. Toen wist hij nog niet dat wij hem een paar kilometer verderop zouden helpen bij het vervangen van een wiel. Depannage Bart wordt duidelijk geen rust gegund.

Tegen zeven uur kwamen we aan op zowaar een echte camping met douches en zelfs een wasmachine. Hapje eten en naar bed, want drankjes voor een feestje zijn er niet meer. De camping mag dan al aan een drankenwinkel liggen, die zijn doorgaans niet zo laat open in IJsland.

De Route:

IJsland Off Road - Dag 10: Marathon met sleutelplezier

We wisten reeds vanaf het begin van de reis dat de doorsteek van Askja naar Nyidalur afgesloten was. Door het afsmelten van de overvloedige sneeuw van de voorbije winter is de weg een soort drijfzand geworden, geen doorkomen aan. Dus moest er een omweg gemaakt worden. Helemaal naar Myvatn en dan terug naar het zuiden. Om het extra interessant te maken koos onze gids ervoor om een stukje verder te rijden naar Akureyri om daar een nieuwe route naar het hoogland uit te proberen. De 50km extra asfalt was bepaald geen pretje, verschillende rijders dommelden ei zo na in slaap (na de slapeloze stormnacht) en David maakte een pirouette op het natte asfalt toen zijn motor was afgeslagen. De nieuwe route naar het zuiden bleek een toppertje. Alweer prachtige landschappen langs en door bergrivieren die door de extra sneeuw en de veelvuldige regen op sommige plaatsen de weg over bijna honderd meter overspoelden. De rit ging verder over het maanlandschap op het hoogland en tegen zes uur kwamen we opnieuw langs de hut waar we enkele dagen voorheen genoten hadden van het natuurlijk warme buitenbad. Maar de eindbestemming was Nyidalur, zo'n 50 kilometer en drie rivier doorwadingen verder, dus gingen we door op Red Bull en chocolade.

Met de vlag van de vorige hut nog inzicht vatten we de volgende rivier doorwading aan. Dat lukt steeds vlotter, zo vlot zelfs dat Stef in zijn jeugdig enthousiasme de ketting van zijn KTM superenduro brak. Waarschijnlijk een steen uit de rivier. We repareren de ketting maar er blijken drie schakels verdwenen. Met een te hard gespannen ketting neemt de lichtere Kevin het stuur over en wordt de baggage in de jeep gestoken. Ondertussen repareerde ook Michael zijn fiets, daar waren twee bouten verdwenen uit de ophanging van de koffers.

Een uur later zijn we terug op weg. Het is al na negen als we de hut in zicht krijgen ... aan de overkant van een rivier die een 100 tal meter breed stond. De combinatie van opnieuw veel regen en smeltwater maakte dat het water aan het einde van de dag extra hoog stond. Maar het waren vooral de laatste 5 meter die zelfs de jeep bijna verzopen. Met vereende krachten en de hulp van een ranger trokken we er alle KTM's doorheen. Voor de BMW zochten we een andere weg stroomopwaards door de rivier om het diepste punt te omzeilen.

13 uur en 380 kilometer na ons vertrek die ochtend werkten we nog snel een pasta binnen in de hut tussen al slapende trekkers, om vervolgens te genieten van onze welverdiende nachtrust.

De Route (eventueel te splitsten over twee dagen):

IJsland Off Road - Dag 9: Moet er nog zand zijn?

Terug van onze overnachtingsplek namen we nog even ontbijt in het lokale tankstation/winkel/cafe/koffiebar. Van daaruit zetten we koers richting Askja, de vulkaan daar herbergt een prachtig kratermeer en dat wilden we zeker gezien hebben. De weg ernaartoe bleek - na het asfalt stuk - behoorlijk pittig. Bij de tweede doorwading ontmoetten we drie Russische motards op BMW GS-en. Ze waarschuwden voor 15 km zand verderop, wat mij allesbehalve plezier deed. Maar goed, het einddoel was interssant genoeg om even door te bijten. De doorwading leverde mij  alvast een sticker op van de BMW Motorrad Club Russia. En nadat we onze Russische vrienden een handje geholpen hadden steeg mijn zelfvertrouwen, mintens twee van de drie waren duidelijk niet voorbereid op een reis zoals deze. Nu bleek verderop dat ze geen ongelijk hadden wat betreft het zand. Hoe dichter we bij de vulkaan kwamen, hoe meer het soort maanlandschap veranderde in een zwarte Sahara piste. Plezant voor wie er van houdt, zwaar werk voor wie het haat. Het was al tegen 20u aan als we aankwamen op de winderige lava vlakte die dienst doet als kampeerplaats. Tenten opzetten in een cirkel en een snelle hap om aan te sterken, en de liefhebbers konden nog een tochtje maken naar het kratermeer. Drie uur later was de groep terug voor een slapeloze nacht in tentjes die heen en weer gezwiept werden in de eindeloze rukwinden.

De Route:

IJsland Off Road - Dag 8: Go North

Vandaag doen we het noord-Oostelijke deel van IJsland aan. Einddoel van de etappe is Langanes, tot voor kort het dichtste punt bij de poolcirkel in IJsland (tot de geografen de zaak eens herberekenden). Het werd een snelle trip met alle mogelijke variaties aan gravel wegen, gravel, gravel met modder, gravel met keien, gravel met wasbordjes, de IJslanders hebben de kunst van gravel wegen maken in alle finesses doorgrond. Het schiereilend Langanes vormt het uiterste puntje van IJsland en ook van onze reis. Het is ook het einde van de wereld voor de mens. Je vindt er nauwelijks bewoning op een paar boeren na, en de bewoners van het vissersdorp Porshofen waar we benzine en rantsoen konden inslaan. Het rijk is er aan de vogels. sternen en meeuwen bij de vleet, en ook de grappige papegaaiduikers bevolken daar de rotskusten. Wij volgden het pad richting vuurtoren en op een rustig plekje konden we ons wildkamp opslaan terwijl een kudde wilde paarden zich uit de voeten maakte.

De verse vis uit het haventje verderop werd op het vuur gegooid 'en papillotte' met een geheime kruidenmengeling afgewerkt met Ijslandse 'Brennivin'. Het smaakte heerlijk en we sloten de avond met een kampvuur dat kon wedijveren met de vuurtoren even verderop.

IJsland Off Road - Dag 7: Woensdag Walvisdag

Halverwege de reis nemen we een dagje vrijaf. We startten met een excursie in de baai op zoek naar wal- en ander vissen. De vangst leverde 10 dolfijnen en een bultrugwalvis op. De namiddag kon iedereen zijn zin doen, relax. En 's avonds staat papegaaiduiker op hut menu, yummie.

IJsland Off Road - Dag 6: Terug naar de beschaving

Met de routine van de vorige dag in de benen was rit over de kale hoogvlakten te vergelijken met een uitstapje in de Vlaamse Ardennen. Door rivieren en plassen allerhande, rotsen en keien en steeds met wonderbaarlijke landschappen rondom ons. In de verte lokken besneeuwde bergtoppen die ons naar het schiereiland Tjornes zullen leiden. Grondwerken Kevin zorgt als verkenner nu en dan voor wat extra animatie door zijn KTM as-diep te parkeren in het drijfzand en verderop door zijn voorwiel aan volle snelheid te neer te zetten in een put van 30cm, zonder veel erg gelukkig. Naarmate we afdalen naar zeeniveau wordt het lekker warm en we halen zelfs meer dan 18 graden, een hittegolf noemen ze dat hier. Die afdaling zorgt geografisch nog voor een paar spectaculaire extra's, met name watervallen. We bezoeken de Aldeyjarfoss, die omgeven is door basaltzuilen, in één woord: prachtig. De camping in Husavik verwent ons met een luxe die we sinds Reykjavik niet echt meer gekend hebben: douches (inclusief zwavelgeur). Proper gewassen maken we ons klaar voor de Belgische avond, biefstuk friet dus. De frieten werden team-gewijs gesneden uit verse patatjes en beenhouwer Bart sneed de steaks gelijk nen echten. Spijtig genoeg werd de olie niet warm genoeg om ook echt frieten te bakken ('t zal iets met die waterkoeling geweest zijn zeker). Om op deze Belgische avond de handelsbetrekkingen met IJsland op scherp te stellen werd de avond afgesloten met een 'discreet' bezoek aan de lokale horeca.

De Route:

IJsland Off Road - Dag 5: En ... Actie!

De dag kondigde zich niet heel enthousiast aan: druilerig weertje, vocht in de kleren en wegen die  je niet echt off road kan noemen. Wel levensgevaarlijke baantjes met een mengeling van aangeharde gravel, losse steentje, putten links en rechts en dit alles overgoten met een sausje van modder op de meest onverwachte plekken. We bereiken Varmahlid op de middag. Met een stevige cheesburger achter de kiezen kon de pret nu echt beginnen, dit is de dag waarop we voor het eerst rivieren gaan doorwaden. De F752 richting Zuid werd steeds kleiner en ruwer terwijl de bergen rondom om onze aandacht vechtten. De eerste doorwading was al meteen prijs, wat normaal een inlopertje moest worden bleek al direct bijna knie-diep te zijn. Kevin, onze betrouwbare gids en voorrijder van de voorbije dagen, toonde meteen hoe het niet moet en kon maar ternouwernood van een nat pak gered worden door rots-in-de-branding-Stef. De stressfactor stijgt meteen flink, iedereen stelt zich, gehuld in vissersbotten, op langs het ideale pad en een voor een maken motor en piloot de oversteek. Iedereen werkt de klus zonder problemen af, de toon is gezet voor de rest van de namiddag. Er volgen nog drie doorwadingen (waarvan twee ook als dusdaning op de kaart staan) voor we op de hoogvlakte net ten noorden van de Hofsjokull kunnen bivakkeren. Uit een kort gesprekje met een Zwitser die ons tegemoet kwam in een grote survival truck leren we dat er onderweg ook nog grote stukken weg onder water staan, grote plassen zegt hij. Zal wel meevallen denken wij, tot we na talloze lange diepe plassen bij een ware overstroming komen die drie keer zo breed is en dieper dan de strafste rivier doorwading van de dag. Cool bewaren en blijven gaan en zo steken we nog een paar mini-meertjes over. De namiddag is al flink gevorderd als we aan de derde grote doorwading komen. Tamelijk breed, snelstromend water en net iets te diep om er alle vertrouwen in te hebben (tot boven de knie, mijn knie). In theorie kan de BMW Adventure op de hoogste stand dit aan, maar dat was buiten een golf gerekend die zijn weg zocht naar de luchtfilter. Boenk stil in het midden van de rivier. Met vereende krachten werd motor naar de overkant getrokken en de draineringswerken konden beginnen. Terwijl de rest de oversteek maakt werken we aan het vrij maken van de luchtfilter en als blijkt dat we die kunnen uitwringen als een natte vaatdoek is ons vermoeden bevestigd. Volgende stap: bougies uitdraaien. Fluitje van een cent, ware het niet dat in de sleutelset van de BMW de bougiesleutel bleek te ontbreken. En alle KTM's hebben een andere maat. Het is pas na een half uur prutsen met te grote dopsleutels en zelfgemaakte hulpstukken dat chef depaneur Bart nog eens een blik werpt in de materiaalkoffer van de jeep en merkt dat daar alsnog de juiste sleutel in zit. Vanaf nu gaat het snel. Als was het een geolied formule 1 team helpt iedereen mee om de duikboot uit Beieren van zijn water te ontdoen, alles terug in elkaar te zetten, test, start, go! Het is ondertussen na zessen en we moeten nog een eindje. Het laatste stuk verloopt vlot, de laatste rivierdoorwading wordt genomen zonder gebruikelijke voorzorgen alsof we al jaren niets anders doen op de weg van en naar het werk.

De welverdiende rust krijgen we in het natuurlijk bad op onze bivakplek in Laugafell Het water komt daar als bij wonder op perfecte bad-temperatuur uit de grond. Nog snel een lekkere warme hap en we kunnen de vermoeide botten neervlijen in de tenten. Of tot een kot in de nacht doorfilosoferen over goed en kwaad en de zin van het leven. En dat met maar één getuige: mr. Jack Daniels.

Speciale dank vandaag voor het ganse team dat mij en mijn motor weer op weg geholpen heeft, zonder vragen, gezaag of verwijten, als een grote familie. Thanks!

De Route: (opgelet, enkel met een degelijke off-road motor doenbaar, BMW GS best voorzien van snorkel, kous over de luchtinlaat of gewoon heel traag doen)

IJsland Off Road - Dag 3: Met vallen en opstaan

Dag drie (op de FB pagina van Endurofun dag twee) was wat men in wielertermen een kuitenbijter zou noemen. Het begon met wat vals plat in de vorm van gravel wegen die stap voor stap ruwer werden. David vond dat blijkbaar allemaal maar niets en ging na een onverwachte rookstop van start met de branie van Bart Bronkaert toen hij nog mossels kookte. Resultaat: een ongewenste wheelie, KTM in de gracht, onbreekbare endorobakken met een gat erin en ductape om een gescheurde broek samen te houden. Maar met de 'cool' van David bleef alles in orde, gelukkig zat er geen whiskey in de dubbele wand van de bakken. De rest van de dag bleven de valpartijen voorbehouden voor ondergetekende, zand - of in dit geval vulkaanas - het is mijn ding nog niet helemaal. Gelukkig val je er zacht in.

De uitdagingen die we op onze weg vonden volgden elkaar in sneltempo op: zand dus, modder, losse gravel, stijle uitgespoelde paden met losse keien, rotspartijen en dat allemaal overgoten met een flinke hoeveelheid hemelwater. Het perfecte excuus om de natuurelementen te tarten en in open lucht in een warmwater bad te gaan zitten. En de weergoden toonden zich voor eventjes verslagen want de spaghetti bolognese à la facon Endurofun - lees 'vol verassingen' - kon verorberd worden onder een klein zonnetje.

Oh ja, vertelde ik al dat dit alles door ging in alweer fenomenale landschappen?

De Route:

IJsland Off Road - Dag 2: Even inrijden

Navigatie in IJsland zou eenvoudig moeten zijn, er liggen namelijk nauwelijks wegen. De juiste container met onze motoren vinden in de haven van Reykjavik bleek dan net weer iets moeilijker. De taxichauffeur zijn irritatie steeg zienderogen samen met zijn taximeter, tot onze grote gids eindelijk het juiste straatje had gevonden. Vreemd volkje toch die eilandbewoners.

Na het ompakken van de bagage, de obligate last minute reparaties en nog even tanken en kon de eerste inlooprit van start. Geheel in IJslandse traditie zetten we koers richting Noord in de stromende regen. Maar een uurtje later werden we al helemaal betoverd door het landschap, je verwacht elk moment een cycloop achter de volgende tafelberg zien vandaan komen of een hobbit die zit te vissen bij een riviertje. Het offroad gebeuren was een inlopertje, pistes met wat rotsen en plassen maar niets wat meer techniek vereist dan blijven zitten en genieten. Niet te snel rijden en wat rondkijken en plots zie je een gigantische gletscher verschijnen aan de horizon. Dan begin je te zien hoe dit onafgewerkt land is ontstaan, gigantische natuurkrachten die de grootste door de mens gemaakte machines doen krimpen tot vlooien.

Nog zo'n bevreemdend schouwspel is de Hraunfossar, het water van een stevige bergrivier zoekt zijn weg door de lava lagen en stort vervolgens over een kilometer breed terug in de rivier. Voldoende interessant om er een parking bij aan te leggen en er vier studenten met een enquete op af te sturen. Over een paar jaar betaal je hier dus waarschijnlijk een paar honderd krone toegangsgeld.

20140713-071245-25965478.jpg

20140713-071245-25965478.jpg

Met de avond kwam ook de zon en konden we voor het eerst onze tenten opslaan zonder nog natter te worden. De BBQ van Chef Stef smaakte heerlijk, de losgelaten jongeren op de camping zongen tot diep in de nacht die nooit donker werd.

De Route:

Dag 3: Westwaards richt Oostkantons

Net zoals het een tijd duurt om in het hart van de stad te komen, zo ben je ook wel even onderweg eer je terug in het open veld bent. De route neemt ons Zuid-Westwaards in de richting van het Eifel natuurpark. Over de Rijnvlakte langs provinciale wegen komen we goed vooruit en genieten tegelijk van de wijdse omgeving. En even plots als op de heenweg gaat het landschap weer over in het heuvelachtige Eifel. Zin in een kop koffie? Stop dan zeker in het historische centrum van Nideggen.We karren vrolijk verder richting Hoge Venen en Oostkantons en voor je het weet zien de dorpen en straten er weer helemaal Belgisch uit. Even langs in de lokale supermarkt en we hebben alles voor een picnic. Het vinden van een picnic plekje verloopt iets minder vlot en na we omzwervingen langs de Vesder en voorbij de enduro terreinen van Bilstain poten we ons neer op een schaduwrijk pleintje bij de kerk van Thimister-Clermont. Geen zin om te klooien met een Zwitsers mes? Dan kan je op datzelfde pleintje terecht in Le Fourquet waar ze een democratische dagschotel serveren (ook op terras). Wij sloten de toeristische rit hier af, de snelweg bracht ons terug op tijd naar huis voor het avondeten. Wie meer tijd heeft kan van hieruit verder met een rit door zowel de Belgische Ardennen als het Haspenhouwse land van fruit en andere boomgaarden.

Interessante links:

Dag 1: Van Hasselt tot Siegen

Bij het buitenkomen van het hotel blijkt het toch nog behoorlijk lentefris, maar de zon maakt zich al op om onze motorpakken op een aangename temperatuur te brengen. Ideaal motor weer dus, en al snel rollen we de ochtendzon tegemoed. De eerste etappe van de trip gaat gewoon snel en efficient Hasselt uit richting snelweg om het echte startpunt van de route in Aken te bereiken. De GPS instellen op de start van de route Aken-Siegen volstaat op je tot daar te brengen. Ben je op tijd in Aken (bvb om 10u) dan heb je nog de tijd voor een bezoekje aan de Dom dat is meteen de plek van waaruit we verder gaan rijden. In de autovrije straten rondom de Dom kan je ook terecht voor een kop koffie, al dan niet op een terrasje. Van hieruit vertrekt de route richting Zuid-Oost de stad uit en na een paar buitenwijken kom je meteen in het groen terecht. Langs de Noordelijke kant van de Eifel geniet je van de eerste bochtenseries, maar dat zal nog maar een voorsmaakje blijken van wat komen zal, we rijden rond Keulen langs de Zuidkant en dat betekent dat we door Bonn zullen passeren. Voor we de voormalige hoofdstad van West-Duitsland bereiken doorkruisen we echter eerst de Rijnvlakte. Deze machtige rivier heeft ervoor gezorgd dat het Eifel gebergte abrupt overgaat in een vlakte vol velden. Je voelt je eventjes ergens in centraal Frankrijk. Honger? Dan is Traditionshaus Zur Linde in Swisttal een aanrader, als je van traditioneel Duitse keuken houdt natuurlijk.

De passage door Bonn is niet toevallig gekozen, dit is namelijk ook de stad waar de rivier de Sieg uitmondt in de Rijn, en die rivier zal ons voor de rest van de dag vergezellen richting ... Siegen. Eerst moeten we echter de stad uit, de buitenwijken lijken eindeloos uit te lopen, tot we links afslaan, door een wijkje rijden en vervolgens de natuur induiken met twee haarspeldbochten. De bijrijdster van dienst kant ophouden met de studie van de lelijke Duitse architectuur, nu is de fun opnieuw aan de piloot. Vanaf hier gaat het langs de Sieg en over de flanken op en neer tot Siegen. Een volle namiddag stuurplezier met een stadje links en recht voor de afwisseling. Puur genieten!

Siegen mag dan al een tamelijk uit de kluiten gewassen Universiteitsstad zijn, veel valt er niet te beleven. We kozen dan ook voor een rustig Hotel net buiten de stad waar we getrakteerd werden met een overdosis asperges rechtstreeks van bij de boer on de streek.

Interessante links:

Het Bergisches Land, waar Teutonen thuis zijn

Dit is een moto tripje voor elke motard die ondertussen de Abdij van Maredsous blindelings kan vinden en de bochten rond La Roche persoonlijk bij naam kent. De motard ook die de grens al eens over stak naar het Eifel gebergte maar nu op zoek is naar een alternatief. Het Bergisches land is zo'n alternatief. Oostwaards rijdende voorbij Keulen kom je in een motor walhalla terecht waar plezante stuurweggetjes, haarspeldbochten en snelle zwiepers verbonden worden door heerlijk ruikende bossen en links en rechts een Gasthof om de inwendige mens te versterken. Ietsje verder weg dan de klassieke Ardennen trip maar ideaal voor een weekend met een of twee dagen extra. We vertrokken voor deze route vanuit Hasselt. Wie aan de ander kant van het land woont kan de avond tevoren vertrekken en in de stad van de smaak logeren, er zijn daar comfortabele tot luxueuze hotels bij de vleet die je graag ontvangen.

Alles artikels en routes van deze motor trip door het Bergisches Land vind je hier.

De glooiende heuvels van Toscane

Als je voor je volgende vakantie Italië heeft uitgekozen moet je zeker een nadenken over Toscane. Hier bevinden zich niet alleen de bijzondere Renaissancesteden Florence, Siena en Lucca, voor motorrijders is vooral het landschap van Toscane ideaal voor lange tochten. De streek telt vele honderden kilometers aan kronkelende wegen die  langs glooiende heuvels, eeuwenoude dorpjes en olijfboomgaarden voeren. De campings in Italië staan bekend om hun properheid en als je er één uitzoekt als uitvalsbasis kun je in een dag of tien een groot deel van de bezienswaardigheden bezoeken.

Motor huren

Je kunt er natuurlijk voor kiezen om met de motor naar Italië te rijden. Dat is op zich al een fantastische tocht, die onder andere over de Dolomieten en langs het mooie Gardameer voert. Het kost alleen wel extra tijd, want als je gemiddeld vierhonderd kilometer per dag rijdt bent je al snel een dag of vier kwijt voordat je in Toscane bent. Gelukkig kun je ook op veel plaatsen motoren huren, bijvoorbeeld via www.motorbikerentitaly.com. Hier kan je kiezen uit onder andere BMW’s, Harley Davidson’s of een echte Italiaanse Ducati of Moto Guzzi.

Dagtochten

Vanuit bijvoorbeeld Florence maak je mooie dagtochten maken van rond de 200 kilometer. Dat lijkt weinig, maar er is zoveel te zien in Toscane, dat je ongetwijfeld veel stops zult willen maken. Florence zelf staat bekend om haar mooie Dom en het Palazzo Vecchio. Siena is één van de mooiste steden van Italië, die op het gebied van kunst en architectuur kan wedijveren met Florence. Het schelpvormige plein, Piazza del Campo, wordt geflankeerd door de Torre del Mangia en het oude stadhuis. Vanuit Florence kunt u gemakkelijk het betoverende Lucca en de beroemde toren van Pisa bezoeken. Voor de scooter liefhebbers ligt een tiental kilometer verder Pontedera waar de Vespa fabrieken staan, en je een bezoek kan brengen aan het Piaggio museum. Maak vooral ook een dagtocht langs de schitterende kust. In het bijzonder in het Nationale Park Cinque Terre vind jemooie wegen. Deze zijn weliswaar smal en stijl, maar ze bieden prachtige vergezichten van de Middellandse Zee en de rotsachtige kust.

Motor Reisverhalen

20120606-150856.jpg

Bij een reisverhaal horen niet altijd routes, maar dat maakt ze daarom niet minder smakelijk om te lezen. Vooral als er een verslaggever met scherpe pen en blinkende iPad op de motor zit. Daarom verzamelen we hier op mototravel.be voortaan ook motor reisverslagen die het lezen waard zijn. Hieronder alvast twee reizen die ondergetekende ondernam in de voorbije twee jaar:

1. Viaggio a Pontedera, naar Italië met de scooter

In het voorjaar van 2012 trokken 9 mannen met hun scooters (8 Vespa's en 1 Heinkel) van Oudenaarde naar Pontedera in Italië waar de Vespa gemaakt wordt. Het werd een plezante tocht van camping naar camping, met zon en regen, plezant picnics (waarvan ééntje met kaasfondue in de sneeuw op de top van de Sint Bernard pas). Lees de avonturen van deze scooter liefhebbers hier.

2. De GS Wild Boys in de Pyreneeën

De lente van 2013 was dan weer de gelegenheid om de limieten van een BMW 1200 GS Adventure af te tasten in de Spaanse Pyreneeën. Hoewel, het waren eerder de limieten van de rijders die verkend werden. Opnieuw een boeiend verslag van een paar venten in de buurt van een midlife crisis die zich rot amuseerden en als vrienden terug kwamen. Hier vind je de exploten van de GS Wild Boys in de Pyreneeën.