Isle of Man: De TT Race achterna

Sunday 08th, March 2009 / 12:33 Written by

Meer dan 100 jaar hardgaan in de Ierse Zee

In juni 2007 vierde het eiland Man het 100-jarig bestaan van de TT-races. In 1907 raasden voor de eerste maal motoren over het eiland in de Ierse Zee. Het evenement is beroemd en berucht. En uniek.

Isle of Man TT Race

Het eiland Man noemt zich zelf de Road Racing Capital of the World, de hoofdstad van het echte wegracen. Want er zijn tegenwoordig twee types van snelheidswedstrijden: races op speciaal aangelegde circuits én races op de gewone weg. Voor de duur van de wedstrijden worden de wegen afgezet. Zo’n dertig jaar geleden was dat ook in de lage landen bij gebrek aan echte circuits de gang van zaken, maar nu is dat eerder regel dan uitzondering. Anders is het aan de overkant van Het Kanaal, of beter gezegd nog verder: aan de overkant van de Ierse Zee. In Ierland en Noord-Ierland én op Man, midden in de Ierse Zee.

Op dat eiland ligt de oorsprong van het wegracen in Groot-Brittannië, zowel op de baan als op de afgezette wegen. De eerste race op Man vond in 1904 plaats, een wedstrijd voor auto’s. Drie jaar later reden voor de eerste maal motoren er hun rondjes in competitieverband. De race heette vanaf het begin Tourist Throphy. Er werd gereden met machines die afgeleid waren van standaardmotoren, geen echte racers. De wedstrijd moest de betrouwbaarheid en de uithouding van de motoren aantonen. Maar waarom trokken de snelheidsduivels juist naar Man? Makkelijk was en is anders, want machines, onderdelen en mensen moesten en moeten met de boot naar Man. Alles had te maken met de weigering van de Engelse regering om openbare wegen af te sluiten om er races te houden. Man had en heeft nog altijd een eigen regering en parlement en gaf wel toestemming om wedstrijden te houden op een stuk openbare weg. Later konden ook in Engeland zelf races gehouden worden, veelal op speciale banen.

Route Isle of Man TT Mountain Circuit:

Motorgek

 

Man is uniek voor motorrijders, dankzij de TT races. Zelfs als er niet geraced wordt (in juni de TT, in augustus de Manx TT voor amateurs en classic racers), is het eiland motorgek. Motorrijders maken de oversteek vanuit Liverpool of Haysham om toch een keer op dat circuit te kunnen rijden, langs beroemde en beruchte plaatsen die ze kennen van foto’s en video’s. In Douglas hebben de winkels TT-souveniers (van stickers tot jassen), boeken en video’s. Duke Video, het bedrijf van zesvoudig ex-wereldkampioen en winnaar van zes TT’s Geoff Duke, heeft er zijn hoofdkwartier.
De lengte van de baan is 62 kilometer. Het is een opeenvolging van snelle en minder snelle bochten, door kleine dorpjes, langs muren, heggen en bossen en over de met hei begroeide ‘mountain’. Een lust voor elke motorrijder. En je mag op Man buiten de bebouwde kom zo hard rijden als je maar wil. Voorlopig is Man daarmee nog een uitzondering in Europa (alleen is de vraag hoe lang nog).

Honda

Tot ver in de jaren zestig was ‘Man’ een verplicht nummer voor rijders en fabrieken. Winnen op Man betekende een succes in de verkoop van standaardmotoren naar het adagium ‘Win on Sunday, sell on Monday’. Na de Italianen en Duitsers kwamen ook Japanners naar Man om de Britten in eigen huis van repliek te dienen. Voor Soichiro Honda, de stichter van Honda, was racen en winnen op Man in de beginjaren van de firma het streefdoel. In 1954 maakte Honda bekend dat zijn bedrijf in 1955 op Man zou rijden. “Ik heb besloten om volgend jaar aan de TT van Man deel te nemen! Dit doel is zeker moeilijk, maar we moeten het bereiken om de levensvatbaarheid van de Japanse industriële technologie te testen en aan de wereld te demonstreren. Onze missie is het tonen van de Japanse industrie. Ik geef hierbij openlijk mijn doelstelling: ik zal deelnemen aan de TT-races en ik verklaar met mijn medewerkers dat ik al mijn energie en creatieve krachten zal steken in winnen,” aldus Honda in een verklaring.
Dat jaar bezocht Honda voor de eerste keer het eiland Man en hij kwam een illusie armer terug van die reis. Hij kreeg er de verrassing van zijn leven. Honda zag er de racemotoren van NSU, Norton, Gilera die veel meer vermogen leverden dan zijn creaties met dezelfde cilinderinhoud. “Wat wist ik weinig van de wereld. Ik was wellicht te driest om die verklaring af te geven,”was zijn reactie. Bovendien zag hij dat banden en kettingen superieur waren aan de Japanse exemplaren. Hij nam er dan ook mee terug naar Japan. Daar begon voor de Honda-werknemers de taak om méér toeren en dus méér vermogen uit de eigen blokjes te halen. Niet in 1955 maar pas in 1959 stonden de Honda’s op de deelnemerslijst van de TT. Maar sindsdien is het Japanse bedrijf er zeer succesvol geweest. Na Honda kwamen ook Yamaha en Suzuki naar Man.

Klad

 

Maar aan het begin van de jaren zeventig kwam de klad in de TT-races. Toprijders keerden meer en meer het eiland hun rug toe wegens te gevaarlijk. De fabrieken verminderden in die jaren hun race-inspanningen en daardoor viel de contractuele verplichting om in Man aan de start te verschijnen voor de coureurs weg. Racen op het eiland is nooit zonder gevaar geweest en in die tijd werd het aantal slachtoffers er ook hen te veel aan. Wereldkampioen worden kon ook zonder op Man te rijden. Toen in 1972 de Italiaan Gilerto Parlotti, toen leider in het WK125 cc, het eiland in een doodskist verliet, zwoeren de enkele toprijders die er nog kwamen, er nooit meer te racen. In 1977 verloor de wedstrijd de WK-status.
Niet dat daarmee het einde van de races een feit was. Achteraf gezien is het een ‘blessing in disguise’ geweest. Men paste de wedstrijdformule enigszins aan (een nieuw wereldkampioenschap aanvankelijk puur voor de TT), haalde door te rammelen met een enorme geldbuidel zelfs critici als Phil Read terug.Oud-wereldkampioen Mike Hailwood maakte speciaal voor de TT een comeback in 1978. Eigenlijk ging men terug naar de oorsprong: de motoren in die races moesten afgeleid zijn van standaardmotoren. Tegenwoordig wordt er trouwens nog nauwelijks met pure racemotoren gereden. Die zijn quasi enkel te zien in de Grote Prijzen.
De TT is overigens nooit dood geweest. De rijders bleven en blijven komen, evenals de toeschouwers. Er kwam wel een andere generatie rijders: een generatie van real roadracers. Meest illustere roadracer was Joey Dunlop. De Noordier startte in 1976 voor de eerste maal in de TT van Man en won in 2000 op 48-jarige leeftijd zijn 26-ste TT (een absoluut record). Nauwelijks een maand later verongelukte Dunlop tijdens een kleine internationale wedstrijd in Estland. Het was een wrede speling van het lot.
Zelfs zonder wereldkampioenschapsstatus blijft de TT van Man belangrijk. Voor de Britse motorhandel is winnen op Man nog altijd reclame en dus verkopen. Maar ook buiten Groot-Brittannië blijft de TT een groot evenement. Honda vierde er zelfs in 1998 het 50-jarig bestaan.
Ook voor het eiland zelf zijn de races interessant. Ze trekken tegen de 50.000 bezoekers (en de verwachting is dat er voor het eeuwfeest 75.000 komen). Die betalen de overzet en eten, drinken en slapen op het eiland. De organisatie van de wedstrijden is tegenwoodig dan ook in handen van de toeristische dienst van het eiland. De races zorgen voor enkele miljoenen ponden aan inkomen voor de eilandbewoners.

Haat-liefde

Veel rijders hebben een haat-liefde verhouding met de TT. Een aantal meningen.

  • Vijftienvoudig wereldkampioen Giacomo Agostini in Fifteen Times:

“Ik heb altijd gezegd dat de TT één van de mooiste circuits van de wereld is, een rijderscircuit, en dat als je erin slaagt een TT te winnen je een echte kampioen bent. De baan heeft immers alles: heuvel op, heuvel af, sprongen, bochten in de afdaling….. alles. Maar er is ook mist, regen en in één ronde kun je op verschillende punten in de regen, mist en de wind komen. Als je viel, kon je het wel vergeten.”

  • Geert Lambrechts (veelvoudig Belgisch kampioen en regelmatig deelnemer aan lange afstandsraces, hij reed in 2004 op Man):

“Man is een circuit waar je respect voor moet hebben.”

  • Jim Redman (zesvoudig wereldkampioen in de jaren zestig) in zijn autobiografie:

“Je kunt je de luxe niet veroorloven om in de TT fouten te maken, omdat je geen kant uit kunt, behalve tegen iets hards. De angst voor de TT leerde me er heel voorzichtig te zijn en in al de jaren dat ik er gereden heb, meestal in drie klassen, ben ik geen enkele keer gevallen.”

  • Achtvoudig wereldkampioen Phil Read in zijn biografie ‘The Real Story’ uit 1977:

“In 1972 had ik een beslissing genomen. Ik had voor de laatste keer geracet op het Mountain Circuit. Niet langer was ik betrokken bij een traditie op kosten van de levens van mijn vrienden…. en wellicht van het mijne.”
Detail: toen de TT in 1977 zijn GP-status verloor werd er een nieuw wereldkampioenschap opgezet: Formule 1. Eén race telde voor dat kampioenschap, gedoteerd met vele ponden. De eerste winnaar? Phil Read.

  • 11-voudig TT winnaar Philip McCallen (in zijn biografie Supermac):

“Als ik op Man gecrashed zou zijn, had ik me zwaar kunnen blesseren. Dat is de aard van de TT: met afstand de zwaarste race in de hele wereld, waar je als je een fout maakt, gewond raakt. (….) Het is een ervaring om naar Man te gaan en er aan de TT deel te nemen. Ik zal niemand tegenhouden, omdat het zo’n briljant gevoel is om er te racen, vooral als je het geluk hebt het er goed te doen.”

  • Carl Fogarty (in zijn autobiografie ‘Foggy’):

“Het rijden op een circuit van 37 mijl over bergen en door kleine dorpen, dichtbij de toeschouwers en soms tegen de stoepranden, is een fantastisch gevoel – vooral als je wint. En sinds ik een kind was, wilde ik de TT winnen.”
Fogarty zette in 1990 een nieuw ronderecord neer van 18 minuten en 18,8 seconden (123,61 mijl per uur, 200 kilometer per uur gemiddeld). Dat hield stand tot 1999.

Legendarische TT-deelnemers

Het eeuwfeest van de TT van Man werd bijgewoond door een groot aantal ex-toppers, die ooit aan de races hebben deelgenomen. Er kwamen zelfs rijders die nooit één meter op het Mountain-circuit geracet hebben. Zo maakte bijvoorbeeld Kevin Schwantz, wereldkampioen 500 cc 1993, er zijn opwachting.

De lijst van ‘TT-Legends’ die in juni 2007 naar Man kwamen, was lang en las als een who-is-who in het GP-racen van toen. Onder hen ondermeer:

  • Giacomo Agostini (Italië) – 10 TT-overwinningen, 15 wereldtitels
  • Graeme Crosby (Nieuw-Zeeland): 3 TT-overwinnningen, 2 wereldtitels (F1)
  • Robert Dunlop (Groot-Brittannië): 5 TT-overwinnningen
  • Geoff Duke (Groot Brittannië): 6 TT-overwinnningen, 6 wereldtitels
  • Carl Fogarty (Groot-Brittannië): 3 TT-overwinnningen, 7 wereldtitels (F1, SBK)
  • Mick Grant (Groot-Brittannië): 7 TT-overwinnningen
  • Phillip McCallen (Groot-Brittannië): 11 TT-overwinnningen
  • Chas Mortimer (Groot -Brittannië): 7 TT-overwinnningen
  • Phil Read (Groot-Brittannië): 7 TT-overwinnningen, 8 wereldtitels
  • Jim Redman (Rhodesië): 6 TT-overwinnningen, 6 wereldtitels
  • Tony Rutter (Groot-Brittannië): 8 TT-overwinnningen, 4 wereldtitels (F2)
  • John Surtees (Groot-Brittannië): 6 TT-overwinnningen, 7 wereldtitels
  • Carlo Ubbiali (Italië): 5 TT-overwinnningen, 9 wereldtitels
  • Charlie Williams (Groot-Brittannië): 8 TT-overwinnningen, 1 wereldtitel (F2)

Ad van Poppel

Bron: Retro-Biker april 2007. Abonneer je nu op Retro Biker

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

comments powered by Disqus
Mail Google+ Pinterest